Voeding

Voeding in de natuur 

 

Chinchilla’s leefden oorspronkelijk in vrij onvruchtbare gebieden. Ze aten geen dierlijk voedsel, enkel dorre grassen, kruiden en struiken (inclusief de vruchten aan de struiken). Ook aten ze vruchten van cactussen. Zelfs als ze nog niet rijp zijn en zijn afgevallen, weet de chinchilla ze te bereiken door een gat onderin de cactus te knagen, via de holle buis naar boven te klimmen en 3-4 meter hoger via een tweede gat de vruchten te plukken! Meer voedsel was er niet te vinden op de droge, nauwelijks begroeide berghellingen. Deze planten bevatten weinig vocht en geen vet, maar wel veel houtachtige vezels. Het “oervoedsel” van de chinchilla lijkt dus nog het meest op hooi. Hun darmstelsel is dus op arme, sobere kost ingesteld. Daarom reageren ze uiterst gevoelig op energierijk voedsel of voedsel dat veel vocht bevat: het spijsverteringskanaal raakt er volledig door van streek. In tegenstelling tot veel andere knaagdieren zijn chinchilla’s geen graan- en zaadeters. Cactussap vormt samen met het dauwwater de belangrijkste bron in de vochtvoorziening van de chinchilla. Het mag duidelijk zijn dat de huidige chinchilla’s (waarmee gefokt en geshowd wordt) hele andere behoeften hebben!

 

De oorspronkelijke chinchilla was mager,klein en licht van kleur.  De gedomesticeerde chinchilla is groter, donkerder van kleur en heeft een betere vachtstructuur.

Voeding in gevangenschap

 

Pellets

Voer kan in stevige aardewerken bakjes in de kooi gezet worden. Chinchilla’s mogen enkel speciale chinchilla-pellets. Dit zijn kleine, donker-groene staafjes, en bestaan uit samengeperste graansoorten en hooi. Ook bevatten deze staafjes vitamines en mineralen, afgestemd op de behoefte van een chinchilla. Er bestaan nogal wat verschillende merken, die allemaal volgens hetzelfde principe zijn gemaakt. Toch verschillen de recepten onderling. Konijnenvoer en voer van andere knaagdieren wordt door chinchilla’s vaak als erg lekker ervaren, maar het is zeer slecht voor ze! Ze kunnen er leverbeschadigingen door krijgen en darmstoornissen. Ook bevatten deze knaagdiervoeders te weinig vitamine A en D. De hoeveelheid vitamine A ligt zelfs onder de norm. Het is niet bekend of dit problemen kan geven. Chinchilla’s hebben een voorkeur voor kleinere pellets. Gemengd voer is beslist niet geschikt voor chinchilla’s. Zij zullen eerst het lekkere snoepvoer eruit kiezen, waardoor er te weinig groene staafjes worden gegeten (vergelijk mensen die enkel snoep en koek eten en geen groente of fruit). Uiteindelijk leidt dit tot een vitamine- of mineraalgebrek, met alle gevolgen van dien. Chinchilla-pellets zijn erg lang houdbaar, mits donker, koel en droog bewaard. Toch gaan de vitaminen in het voer langzaam achteruit (na ongeveer 4 maanden). Daarom adviseren wij u de pellets niet langer dan een half jaar te bewaren. Bij ons kunnen de chinchilla’s onbeperkt pellets eten. Een andere richtlijn is: 30 gram/Kg. lichaamsgewicht. Het beste tijdstip om chinchilla’s te voeren is aan het begin van hun actieve periode: ’s avonds. Twee keer voeren (’s morgens vroeg en ’s avonds) kan ook. Helaas zijn er verschillende merken op de markt met een arme samenstelling (welke meestal voor de pelshouderijen geproduceerd worden en dus goedkoop zijn). Bent u van plan om met uw chinchilla’s te gaan fokken of naar shows te gaan dan hebben de dieren beslist een rijkere voeding nodig!

 

   Geef uw chinchilla’s GEEN gemend voer, dit kan leiden tot gebreks-ziekten!

 

Voerwijzigingen

De chinchilla is even als veel andere (knaag)diersoorten gevoelig voor abrupte voerwijzigingen. De flora van het maagdarmkanaal heeft tijd nodig zich aan nieuwe voedingsstoffen aan te passen. Wanneer u ergens een nieuwe chinchilla aanschaft, doet u er goed aan wat voer erbij te nemen. U kunt dit dan 14 dagen mengen met het toekomstige nieuwe voer (ook indien het van hetzelfde merk een nieuwe partij betreft). Het aandeel van het nieuwe voer kan dan in stappen worden verhoogd. Zo kan de nieuwkomer rustig wennen aan nieuwe voeding. Gebruik om die reden ook steeds pellets van hetzelfde merk, dat voorkomt darmstoornissen.

 

Geef uw chinchilla’s GEEN voeding met een verhoogd vit. C gehalte (over het algemeen cavia-voer), dit is schadelijk voor chinchilla’s!

 

Hooi 

Voldoende hoeveelheid ruwvezel is belangrijk voor het functioneren van het maagdarmkanaal, dus moeten chinchilla’s altijd vers en droog hooi tot hun beschikking hebben. Wanneer echter voldoende ruwvezel gegeven wordt via bv. Pellets kan het nog zinvol zijn hooi bij te voeren. Het bezorgd de dieren een materiaal waarmee aan hun voedselzoek-gedrag tegemoet gekomen wordt. Op deze manier wordt stress wellicht voorkomen. In een onderzoek van Bowden is geen invloed aangetoond van het verstrekken van hooi op pelsbijten. Dit is echter wel aangetoond in een onderzoek bij konijnen. Hooi kan in een ruifje aangeboden worden (hygiene). Het zorgt voor de ballaststoffen die hij nodig heeft om de overige voedingsstoffen te kunnen verteren. Het mag niet muf ruiken of stoffig zijn. Het moet dus lekker fris ruiken en er mag geen onkruid in zitten. Vochtig hooi gaat schimmelen en dat is voor een chinchilla levensgevaarlijk. Zelfs hooi dat maar nauwelijks vochtig is geweest, kan een onzichtbaar beginstadium van schimmel bevatten. Dit kan de chinchilladarmen hopeloos van streek maken. Hooi is belangrijk voor de spijsvertering en bovendien bevat het veel calcium, wat weer belangrijk is voor een gezond gebit. Hooi moet regelmatig ververst worden. Ook is het goed om bij de aanschaf van nieuw hooi te letten op de kwaliteit (herkomst, plantendelen, eiwitgehalte).

 

Geef uw chinchilla’s GEEN voeding met een arme samenstelling, dit kan leiden tot gebreksziekten en/of gebitsproblemen!

 

Tussendoortjes

Het geven van lekkernijen moet in principe vemeden worden. Chinchilla’s zijn gewend om sober te leven, waardoor hun darmen snel van streek zullen raken bij teveel lekkernijen. Natuurlijk is het makkelijker om een chinchilla goed handtam te krijgen met het geven van een lekkernijtje, maar geef niet meer dan een paar kleine lekkernijtjes per dag! Omdat dieren hun voer eten naar hun energie behoefte moet er dus op gelet worden dat ze niet teveel krijgen van een eenzijdige voedingsbron (koolhydraten, energie). De chinchilla moet z’n gewone voer goed blijven eten omdat anders een tekort aan de diverse essentiële onderdelen kan ontstaan. Lekkernijtjes die gegeven mogen worden zijn:

Wilgentakje, enkele erwtenvlokken, gedroogd rozenbotteltje, klein stukje appel (of sinaasappel), enkele gedroogde wortelschijfjes, Johannesbrood, een heel klein stukje wortel, paardebloemblaadje, rozijntje.

 

Absoluut verboden zijn:

Sla, kool, zonnepitten/pinda’s, chips, snoep, koekjes, suikerklontjes, teveel rozijntjes etc.

Hij kan daar erg ziek van worden, omdat er te veel vet, zout en suiker inzit. Sommige fabrikanten brengen speciale chinchillasnacks op de markt. Wees kritisch ten opzichte van deze “lekkernijen”. Ze bevatten vaak veel pinda’s, zonnepitten of andere zaden en granen die een chinchilla beslist niet mag eten. Het kan niet genoeg worden benadrukt dat chinchilla’s geen suiker, vet en vochtige bestanddelen mogen eten!

 

Knaagsteen

Geef het dier altijd een kalk-knaagsteen, zodat zijn gebit gelijkmatig afgeslepen wordt. Omdat knaagdieren altijd knagen, slijten hun voortanden af. De natuur heeft voor een oplossing gezorgd door die tanden steeds door te laten groeien. Hierdoor lopen knaagdieren echter ook het risico op zogenaamde olifantstanden. Zorg dus altijd voor een knaagsteen. Dit is erg belangrijk om gebitsproblemen te voorkomen. Ook knagen ze aan deze blokken om hun tanden scherp te houden. Soms eten ze de afgeknaagde kalk ook op, als hun lichaam hier behoefte aan heeft. Vooral zwangere en zogende vrouwtjes blijken dat vaak te doen. In de dierenspeciaalzaak zijn knaagstenen verkrijgbaar, die tevens verschillende mineralen bevatten. Tevens is een knaagsteen onmisbaar voor de opname van kalk.

 

 

Water

Water kan in glazen flessen worden gegeven. Deze kunnen aan de buitenkant van de kooi opgehangen worden. Er dient altijd vers drinkwater in het chinchilla-verblijf aanwezig te zijn. Geef het water in een drinkfles, liefst met een glazen of metalen drinktuit, zodat deze niet kan worden stukgeknaagd. Open waterbakjes in de kooi worden snel vies en de kooi wordt sneller nat. Wel moeten de flessen dagelijks schoongemaakt (gekookt) worden omdat er anders toch gemakkelijk een opéénhoping van allerlei bacteriën kan plaatsvinden. Gebruik liever een glazen fles of zorg voor een metalen plaatje tussen de drinkfles en de tralies, anders zal de kunststof fles spoedig stukgeknaagd zijn. Chinchilla’s die bij ons vandaan komen zijn niet gewend om uit een waterbakje te drinken en kunnen dit ook niet! Voor het reinigen kan gebruik gemaakt worden van een soda oplossing of een gewoon afwasmiddel. Het is van belang goed na te spoelen.

 

Ontlasting eten

Een chinchilla eet soms zijn eigen uitwerpelen op. Dit is geen afwijking, maar een noodzaak. Vitamine B12 wordt in het darmkanaal van chinchilla’s aangemaakt. Deze vitamine krijgen ze dus binnen door hun eigen ontlasting op te eten. Jonge chinchilla’s eten de keutels van hun ouders, omdat daar bacteriën inzitten die ze nodig hebben om in hun eigen darmen vitamine B12 te kunnen produceren tijdens de spijsvertering.

 

Vitaminen en mineralen

Om gezond te blijven heeft ieder menselijk en dierlijk lichaam vitaminen en mineralen nodig. Echter, wanneer een chinchilla de juiste voeding krijgt, dus enkel speciale pellets en hooi, is het niet nodig extra vitaminen en mineralen te verstrekken. Echter, de pellets dienen dan wel alle benodigde vitaminen en mineralen te bevatten en belangrijker nog: In de juiste verhoudingen!De chinchilla blijkt in tegenstelling tot de cavia geen vitamine C in het voer nodig te hebben. Een chinchilla kan in zijn darmen zelf vitamine B en K aanmaken. Echter, wanneer de darmflora verstoord is (bijvoorbeeld bij diarree) is het wel raadzaam om pellets te geven die vitamine B en K bevatten. Indien bepaalde mineralen niet in de juiste verhoudingen aanwezig zijn of bepaalde vitaminen niet in het voer zitten kan dit leiden tot talloze problemen als: Gebitsproblemen, ernstige schimmelinfecties, open ruggetjes bij pasgeboren jongen, misvormde jongen etc.