Omgang

Vasthouden

Het oppakken van een chinchilla kan op verschillende manieren. Hoe dit uiteindelijk uitgevoerd wordt hangt af van het doel van het hanteren. Wanneer dieren er nog niet aan gewend zijn dat ze door mensenhanden worden opgetild, ervaren ze dat als zeer beangstigend. Pak een chinchilla nooit van bovenaf. Zijn instinct zal zeggen dat u een roofvogel bent en het dier zal van schrik zijn vacht loslaten, dit is namelijk in de natuur een belangrijk ontsnappingsmechanisme. Wanneer een chinchilla plotseling gegrepen wordt laat het grote stukken van zijn vacht los. Het loslaten van de vacht zou actief gebeuren, door het uitstoten van de inhoud van de haar follikels. Hoe dit anatomisch is voor te stellen is niet geheel duidelijk. Een losse inplant van de haren zou ook een verklaring kunnen zijn temeer daar de kans op het loslaten van de vacht toeneemt naarmate de vacht ouder is. Het mooiste is natuurlijk, wanneer uw chinchilla zo tam is dat u het diertje gewoon onder de buik kunt pakken, dus oppakken door hem met één hand op te scheppen. De andere hand legt u er dan als een “dekseltje” overheen, om te voorkomen dat het diertje ontsnapt.

 

 

Op deze manier wordt de vacht niet beschadigd.

Maar zolang de chinchilla nog niet tam is, en het dier moet gevangen worden, vangt u de chinchilla bij de basis van de staart, dus niet het achterste puntje, maar zo dicht mogelijk naar het lichaam toe, bij het dikste gedeelte (tussen duim en wijsvinger). Zodra u het dier heeft, ondersteunt u het meteen met uw andere hand rond de thorax en voorpoten (zie foto). Op deze manier wordt de vacht niet beschadigd en doet u het dier geen pijn. Vooral jonge dieren hebben nogal eens de neiging om in paniek van uw hand af te springen. Dit is niet zonder risico, omdat zo’n kleintje door een dergelijke val zwaar gewond kan raken. Hij kan bijvoorbeeld zijn rug breken. Het is belangrijk om een chinchilla altijd resoluut op te pakken. Door een lange jacht kan hij helemaal van slag raken en een shock krijgen. Wanneer een chinchilla rond de genitaal opening en of anus bekeken moet worden (in het kader van het sexen of de diagnostiek) kan het achterlijf aan de staart omhoog worden getild terwijl de voorpoten op de bodem blijven rusten. Het is van essentieel belang dat de staart bij de staartwortel gepakt wordt en niet bij de punt, omdat anders het gevaar groot is dat de punt van de staart, huid en vacht, afbreekt.

Een goede ondersteuning van de achterhand kan worden verkregen door de staartwortel tussen duim en wijsvinger te pakken, maar nu met de palmare zijde van de (bv. linker-) hand tegen het achterstel van de chinchilla en vervolgens weer met de andere (rechter-) hand het lijfje te omvatten. De chinchilla “zit” dan als het ware in de holte van de linkerhand.

Er is een hanteringstechniek die gebruikt kan worden om te kijken of een chinchilla-vrouwtje drachtig is. Het vrouwtje wordt rond de thorax omvat. De duim ligt op de rug, de wijsvinger wordt boven en de andere vingers worden onder de voorpootjes geplaatst. Het dier wordt tegen de buik van de onderzoeker aangehouden. Vervolgens wordt met de andere hand de buikholte afgetast. Van die hand ligt de duim ook op de rug van de chinchilla. Met de vinger(s) wordt nu vanaf de mediaanlijn en met enige druk naar beneden bewogen waarbij op deze manier de buikinhoud kan worden afgevoeld. Het best kan vlak boven het bekkengebied begonnen, en vervolgens naar boven gewerkt worden. Persoonlijk wil ik hierbij vermelden dat wij deze handeling nooit doen! Wanneer u iets te hard drukt, loopt u het risico dat het vrouwtje een miskraam krijgt. Wij laten onze vrouwtjes altijd met rust en pakken ze nooit op wanneer ze drachtig zijn.

Wanneer een chinchilla echt goed vastgehouden moet worden, bijvoorbeeld voor een nauwkeurig onderzoek van de mondholte, dan kan het in een handdoek gerold worden. In de praktijk valt dit erg tegen en betekent het nogal wat stress voor het dier. Het is daarom beter om in een dergelijke situatie voor een lichte narcose te kiezen. Persoonlijk ben ik van mening dat wanneer het gebit van een chinchilla grondig onderzocht moet worden (dus ook de achterste kiezen), dit alleen onder narcose kan gebeuren. Met alleen een kaakklem zijn de achterste kiezen niet te zien. Wel kan men met een kaakklem de voortanden goed bekijken. Voor het onderzoek van de snijtanden, of voor het toedienen van medicamenten kan de hand van achter, over de kop van de, vastgehouden, chinchilla gebracht worden in de richting van de neus, waarna de lippen opgetrokken kunnen worden.

Een heel jong dier kan in de volle hand genomen worden. Voor het bijvoeren van jongen kan het kopje eventueel tussen duim en wijsvinger van dezelfde hand vastgehouden worden.

Combinaties

Welke dieren kunt u het beste bij elkaar zetten:

Om tam te maken is het verschil tussen een mannetje of vrouwtje niet zo groot. Over het algemeen zijn mannetjes iets brutaler en “grappiger” om naar te kijken maar dit is geen vaststaand feit. Wel hebben wij al jarenlang de ervaring dat Ebony’s (rondom zwart) over het algemeen tammer worden dan de andere kleuren chinchilla’s. 2 jonge mannetjes gaan prima samen. Ook 2 vrouwtjes-chinchilla’s gaan prima samen.

Geuren, geluiden en lichaamstaal

Hoewel chinchilla’s niet met elkaar kunnen praten, kunnen ze wel degelijk met elkaar communiceren. Ze drukken hun gevoelens en bedoelingen (zoals de paringsbereidheid) uit met allerlei non-verbale middelen. chinchilla’s produceren geuren met hun geurklier. Die bevindt zich op de buik. Door hier aan te ruiken, weet een chinchilla of de andere een mannetje of vrouwtje is, en ook dat het zijn soortgenoot is. Wanneer u de dieren meer dan een week uit elkaar houdt herkennen ze elkaar niet meer!

chinchilla’s kunnen overigens geluiden produceren als:

Contactgeluiden, piepen, brommen/blazen/dreigend knorren, raspend krijsen en zelfs blaffen.

In de dagelijkse omgang maken ze zachte contactgeluidjes: zo af en toe hoort u ze zacht piepen of knorren. Moeder en jongen gebruiken deze geluiden onderling ook veelvuldiger. De jongen kunnen met hun gepiep de volwassen dieren ook een aantal dingen duidelijk maken. Zo vragen ze aandacht of proberen ze een chinchilla die een dreigende houding aanneemt af te leiden. Vrij vertaald betekent hun gepiep dan: “Doe mij niks, ik ben nog maar klein”. chinchilla’s kunnen ook blaffen. Dit is een apart geluid dat veel onervaren chinchilla-liefhebbers verrast. Het geblaf wordt gebruikt bij (mogelijk) gevaar. Wanneer een chinchilla uit de groep iets ongewoons of dreigends ziet, gaat hij op zijn achterpoten staan en waarschuwt de andere chinchilla’s in de groep door te blaffen. Wanneer chinchilla’s boos zijn kunnen ze blazen en grommen. Een tamme huiskamerchinchilla zal deze geluiden praktisch nooit maken. Soms verdedigt een moeder haar jong met dit gegrom. Bij het maken van dit geluid neemt een chinchilla ook een aanvalshouding aan. Is een chinchilla erg boos, agressief of angstig, dan gaat hij soms op zijn achterpoten staan en spuit een straal urine naar zijn tegenstander. Dit komt overigens zelden voor!

Zindelijkheid

chinchilla’s doen hun behoefte vrijwel altijd in dezelfde hoek van de kooi. Het is namelijk zo dat de meeste knaagdieren van zichzelf zindelijk zijn. Ze houden er niet van om hun eigen nest te bevuilen. Dit is voor de eigenaar erg praktisch, omdat dan in sommige gevallen niet de hele kooi verschoond hoeft te worden. Men kan volstaan met het leegscheppen van de plashoek.

 

Bijten

U kunt ervan uitgaan dat een zich normaal gedragende chinchilla u nooit bijt. Ze proberen echter wel alles te eten. Daarom knabbelen ze zachtjes en voorzichtig aan iets onbekends, om te testen of het eetbaar is. Zo “proeven” ze soms ook even aan een hand of vinger. Dit knabbelen doet geen pijn, maar vooral kleine kinderen kunnen ervan schrikken. Na 13 jaar ben ik nog nooit door een van mijn chinchilla’s gebeten. Wel is het zo dat vrouwtjes die net jongen hebben gehad, erg fel en agressief kunnen reageren wanneer men de jongen probeert te pakken. Ach, wat zal ik zeggen, het zijn meestal de beste vrouwtjes die hun jongen zo beschermen…

Omdat chinchilla’s avond-dieren zijn kunt u ze overdag beter een beetje met rust laten. Dat wil overigens niet zeggen dat u uw dagelijkse werkzaamheden niet kunt uitoefenen! chinchilla’s wennen haast overal aan. Bij ons horen ze de stofzuiger allang niet meer! Vaak lukt het ook prima om een chinchilla met hond of kat samen te houden. Katten vinden chinchilla’s maar rare wezens. Ze zien hen niet als prooi, maar kunnen uit onzekerheid toch hun nagels uitslaan. Oppassen dus! Wees echter wel voorzichtig met kippen of papegaaien. Deze dieren dragen bacterien bij zich waar chinchilla’s absoluut niet tegen kunnen! ’s Avonds zult u zien dat de dieren erg actief gaan worden. Het is erg leuk om naar te kijken hoe ze enthousiast van tak tot tak springen, of zelfs bij u op schoot! Ook de acrobatische kunsten blijven ’s avonds niet achterwege! chinchilla’s zijn dus ideale huisdieren wanneer u overdag moet werken. Ook in verdere verzorging neemt een chinchilla erg weinig tijd in beslag. Het zijn wat dat betreft erg makkelijke dieren. Een chinchilla is een behoorlijk ontwikkeld dier. Hij kan namelijk zijn voorpoten onafhankelijk van elkaar gebruiken. Wanneer een chinchilla rechtop zittend in 1 poot een sprietje hooi zit te eten, ziet dat er behoorlijk menselijk uit!

Voor een lekker zandbad is het de moeite om de ander weg te jagen. Moeten uw dieren terug in de kooi? Lokken lukt prima met een zandbad. 2 fraaie Ebony-Black jongen.

Tam maken

Een chinchilla dient, als elk dier, op een rustige manier benaderd te worden door hem bijvoorbeeld eerst aan een hand te laten ruiken en pas daarna op te pakken. U zult al snel merken dat chinchilla’s zeer intelligente dieren zijn. Bij het tam maken kunt u gebruik maken van hun natuurlijke nieuwsgierigheid. Om goed vertrouwd met uw chinchilla om te gaan is het belangrijk dat u de volgende stappen onderneemt en niet overhaast te werk gaat. Laat de chinchilla eerst aan uw handen wennen terwijl het dier nog in de kooi zit. Dit kunt u doen door middel van het geven van iets lekkers. Later kunt u het lekkernijtje (bijvoorbeeld een rozijntje) wat verder op uw arm leggen, zodat de chinchilla op uw arm moet klimmen om erbij te kunnen. Na een aantal geslaagde pogingen kunt u uw hand voorzichtig een klein stukje optillen. De chinchilla zal zijn angst steeds meer overwinnen. Hongerige dieren zijn gemakkelijker te verleiden met een lekker hapje dan dieren die net gegeten hebben. Doe de oefeningen voor het tam maken dus altijd voordat u de chinchilla’s gaat voeren. Langzaam kunt u op die manier het dier gaan aaien of zelfs pakken, vanuit de buik. Als uw chinchilla’s tam zijn kunt u ze beter verzorgen en laten behandelen door bijvoorbeeld een dierenarts. Geduld is een schone zaak! Geef dus niet te snel op als het dier niet meteen tam wordt. Mogelijk moet hij nog wat meer wennen aan zijn nieuwe kooi, nieuwe omgeving of nieuwe geluiden. Drijfjachten door de kooi moeten voorkomen worden, een in een hoek gedreven chinchilla is zeer gestresst wat ondermeer kan blijken uit andere verdedigingsmechanismen: urine sproeien en bijten. Een voor u vreemde chinchilla kan dus beter niet zonder meer aan de lichaamsromp worden opgepakt. Ook moet een gestresste chinchilla niet meteen geruststellend worden geaaid, omdat daarmee hele stukken van de vacht door loslaten verloren kunnen gaan. Het duurt enkele maanden voordat de vacht weer is aangegroeid. Overigens blijkt in de praktijk dat chinchilla’s in vertrouwde handen veel kunnen hebben, zodat zelfs jonge kinderen zonder problemen de dieren kunnen hanteren.

 

Vrij rondlopen

Een chinchilla die een ruime kooi tot zijn beschikking heeft hoeft natuurlijk niet iedere avond uit de kooi. Wanneer chinchilla’s eenmaal redelijk tam zijn kunnen ze vrij rondlopen buiten het verblijf. Als u denkt dat de chinchilla eraan toe is in de kamer los te lopen moet u de volgende zaken in acht nemen: Aan kamerplanten, plastic en stroomdraden mag een chinchilla niet knagen. Mijn ervaring is dat een vrolijk rondspringende chinchilla geen behoefte heeft om ergens aan te knagen, zeker niet als hij altijd een knaagsteen en wilgentakken tot zijn beschikking heeft. Toch raad ik u aan om de chinchilla altijd in de gaten te houden. Let ook op kleine holletjes en gaatjes in de kamer. chinchilla’s trekken zich graag terug in zulke schuilplaatsen en het valt niet mee om ze dan weer achter de koelkast vandaan te krijgen! Voorkom dat u achter uw chinchilla aan moet jagen. Als u de vertrouwensband goed heeft opgebouwd, komt de chinchilla wel af op een lekkernijtje, en anders is de zandbak op de grond zetten een prima methode!

 

Wanneer u een chinchilla gaat kopen, moet u op de volgende punten letten:

  • Het dier moet gezond zijn. Een gezonde chinchilla kijkt helder uit zijn ogen en is levendig. De geslachtsdelen moeten schoon zijn en het dier mag geen wonden of korsten hebben. Kijk ook goed naar de vacht: die zegt veel over de gezondheid van een dier. De vacht moet regelmatig, schoon en glanzend zijn. Een chinchilla met een natte, vette vacht heeft lange tijd geen zandbad gehad en is waarschijnlijk slecht verzorgd.
  • De chinchilla mag niet te jong of te klein zijn. Tijdens de eerste weken van zijn leven krijgt het jong via de moedermelk afweerstoffen binnen die het heel hard nodig heeft. In principe zou een chinchilla pas met acht weken verkocht mogen worden.
  • Kijk ook goed naar de andere dieren die het verblijf delen met het exemplaar van uw keuze. Ook al lijkt de chinchilla die u wilt kopen gezond, als zijn medebewoners ziek zijn kan ook uw nieuwe aanwinst iets onder de leden hebben.
  • Controleer of de chinchilla ook werkelijk het geslacht heeft dat de verkoper beweert. Er worden daarmee nogal wat vergissingen gemaakt: vaak blijken twee vrouwtjes later toch ineens jongen te hebben.Zoekt u nog een leuke naam voor uw chinchilla?Klik dan hier!
  • Wanneer u een chinchilla koopt of krijgt, moet het diertje mee naar huis. In veel gevallen gebeurt dat in een kartonnen doosje. Bij lange ritten is dit geen goede oplossing. Het zal niet de eerste keer zijn dat een chinchilla een gat in zo’n doosje knaagt en op ontdekkingsreis gaat in de auto. Het is daarom beter vooraf een transportbakje aan te schaffen. Ze zijn verkrijgbaar bij elke dierenspeciaalzaak. Deze bakjes zijn te klein om chinchilla’s in te huisvesten, maar heel geschikt voor de eerste reis naar huis of voor een bezoek aan de dierenarts.